logo
         
   

Het ontstaan en de groei van de Coöperatieve beweging hangt nauw samen met de maatschappelijke verhoudingen, zoals die halverwege de 19e eeuw waren gegroeid. De opkomende industrialisatie veroorzaakte, door de opeenhoping van arbeiders, veel sociale misstanden. Uitgebuit door hun werkgever leefden zij onder schrijnende omstandigheden, met lange werkdagen, lage lonen, geen sociale voorzieningen, kinderarbeid, slechte behuizingen, enz. Onder een groot deel van de bevolking heerste grote armoede. Veel fabrikanten pasten methoden toe om arbeiders aan hun fabriek te binden, o.a. gedwongen winkelnering met kredietverlening, waarbij werknemers werden gedwongen hun levensmiddelen bij de werkgever aan te schaffen.
Enkele erenamen in de geschiedenis van mannen, die zich het lot van de arbeidersklasse aantrokken en helaas mislukte pogingen ondernamen om er verandering in aan te brengen, zijn Robert Owen en William King.

In de jaren zestig werd door fusies het aantal coöperaties sterk teruggebracht, totdat er in het begin van de zeventiger jaren grotere regionale eenheden overbleven.

In 1966 waren in deze centrale organisatie in totaal 18 grote ( plaatselijke of regionale) en 16 kleine verbruikscoöperaties(werkzaam op het platte land) verenigd. Er waren toen ca. 850 CO-OP winkels in ons land: 150 supermarkten, 200 zelfbedieningswinkels, 300 bedieningswinkels en 200 speciaalzaken (slagerijen, brood- en banketwinkels, zuivelwinkels, drogisterijen, textielzaken, huishoudelijke artikelen winkels enz.). Ook een aantal productiebedrijven, waaronder 40 moderne broodbakkerijen, 8 banketbakkerijen, twee meelfabrieken en een imposante graansilo (te Rotterdam), brandstofbedrijven en zuivel -bedrijven maakten deel uit van deze organisatie, evenals ondersteunende diensten als reclame, winkelverzorging en voorlichting ten behoeve van zowel de detailhandel als van de consumenten. Bovendien beschikte CO-OP, over een imposant distributiecentrum met kantoorgebouwen te Utrecht en twee kleinere centra in het oosten en zuiden van ons land.
Bij de organisatie werkten ca. 11.000 mannen en vrouwen en het ledental bestond uit 400.00leden. Het hoofdkantoor was gevestigd in Rotterdam. Belangrijk is ook de oprichting van de coöperatieve vrouwenorganisaties welke in de Coöperatieve Vrouwenbond verenigd waren.


In 1973 viel het doek voor CO-OP NEDERLAND en werden de meeste coöperaties opgeheven. In enkele plaatsen, bijvoorbeeld in de Zaanstreek en in Arnhem bleef de Coöperatie bestaan. Daaruit is in de loop der jaren Coöp Codis ontstaan. Een winkelketen met inmiddels ruim 180 winkels in het hele land. Deze organisatie bestaat deels uit coöperaties en deels uit franchise ondernemingen. Deze laatste hebben echter wel een nadrukkelijke band met hun klanten door middel van klantenraden.
CONTACT
Lange Haven 84
3111 CH Schiedam
t: 010 - 4270920
e: nationaal-coop-
museum@hetnet.nl